|
|
|
|
DeontologieNa zijn eedaflegging is de advocaat onderworpen aan duidelijk omschreven en strenge deontologische regels. Hij staat onder het toezicht van de stadhouder en van de raad van de Orde. Die zijn door de wet gelast om de waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid van het beroep te doen naleven. BeroepsgeheimDe advocaat mag niet openbaar maken wat hem is toevertrouwd. Hij kan vertrouwelijke onderhandelingen voeren; vaak levert dit resultaat op. OnafhankelijkheidDe advocaat hangt niet af van de overheid, de rechter of de cliënt en is bovendien vrij van elk vooroordeel. Het is hem niet toegestaan mensen te verdedigen met tegengestelde belangen. DerdenrekeningDe advocaat moet een afzonderlijke rekening gebruiken om voor cliënten of derden financiële verrichtingen te doen.
|
|
|